Getest en goedgekeurd (NL)

Tajikistan

[blogpost voor Grinta!-fietsmagazine]

‘Doroga normalne’ hoor ik mezelf brabbelen wanneer ik mijn fiets over grote rotsblokken sleur. Een luidop lachje ontsnapt me. Wat kilometers verder word ik compleet nat gesproeid bij het fietsen door gesmolten sneeuw die van de weg een rivier maakt.
Welkom in de Bartang en Khudara vallei, valleien met ‘normale wegen’.

Ik verliet Rushan. ‘Op het einde van het dorp links aanhouden, dan wat verderop terug links en nadien ‘gewoon’ rechtdoor.’. Het gewone rechtdoor volgde de slingerende, luid razende Bartang rivier. Nu eens links ervan, dan weer rechts en steeds hoger.


Ik had er onnoemelijk veel zin in. De Bartang vallei staat bekend als een van de wildste en meest memorabele plekken in het Westelijk Pamir-gebergte.
Na het doorkruisen van Bartang en Khudara vallei zou ik aankomen bij het 3914 meter gelegen Karakul-meer.
Aardverschuivingen en rivieren oversteken zijn een zekerheid. Alleen hoeveel en hoe moeilijk, kan niemand je zeggen. Met de woorden ‘niet mogelijk voor auto’s, met de fiets geen enkel probleem’, trapte ik enthousiast verder.

Na 12 kilometer liet ik het asfalt achter me en werd er plaats gemaakt voor avontuur.
De Bartang vallei hield het netjes. De weg was meestal geruimd. En de rivieren die ik over moest hielden rekening met mijn beginnersschrik.


‘Doroga normalne’ was wat ik te horen kreeg in Khudara, het laatste dorp, wanneer ik vroeg hoe de weg tot het Karakul-meer was. Die ‘normale weg’ deed me uit de bocht gaan op verbrokkelde leisteen.
Khudara-wegen waren niet zo netjes, niet door mijn bloedspatten, aardverschuivingen waren niet geruimd.

De dag nadien stond, naast vele smalle, één bredere, wilde rivier me op te wachten. Onrustig op zoek naar het beste stuk waagde ik mijn poging. Schoenen en sokken uit, broek omhoog en een eerste testtrip naar de overkant. Missie geslaagd! De voeten rood van de kou, maar mijn schoenen stonden me alvast droog op te wachten. Nu mijn fiets nog.


Het water kwam kniehoog. De stroming was sterk, erg sterk. De stenen onder mijn bevroren voeten soms iets te glibberig. Ai … mijn trouwe kompaan gleed onderuit. Daar lag hij, geveld op het water in een stroming die hem probeerde verder van me af te duwen en mezelf uit evenwicht te brengen. Ik was solidair en zakte tot halverwege mijn dijen in het ijzige water.
Help! Paniek!

‘Kalm blijven Trien en trekken!’. ‘Trekken zeg ik u!’. ‘Harder!’.
Ik moest zo snel mogelijk mijn reisgezel van de verdrinkingsdood redden. Of moest ik, zoals theorieën beweren, hem laten gaan vooraleer ik zelf meegesleurd word door dat sterke sop?
Ineens stonden we beiden op het droge. Hij meer verzopen dan ik. Ik meer hijgend dan hem. Maar allebei ‘alive and kicking’.
Bij elf graden en in een felle wind legde ik bibberend en bevend alle natte spullen uit mijn achtertas te drogen. Mijn brood voor de komende vier dagen was verzopen. Maar wij niet! Wij hadden het gehaald! Wij waren er! Ja, ik was er! 1-0! Ja, een dikke vette nul voor jou. Ja jij, jij woeste rivier!


Die avond en de daaropvolgende lag ik de rivieren voor de komende dag te tellen. Er waren er veel, teveel naar mijn zin.
‘Is dit een test?’. ‘Waarom?’.
De nachten waren kort in de Khudara vallei. Niet enkel doordat ik op hoogte sliep maar ook door mijn gepieker. ‘Wat wordt het morgen? Ga ik het halen? Kom ik hier levend uit?’

Voor een keer was ik blij met de klimaatverandering. Heel wat rivieren op kaart bleken uitgedroogd te zijn. Het aantal beperkte zich tot maximaal vijf per dag, kleintjes en grotere.


Ik fietste door een ongeziene natuurdocumentaire. Het landschap verveelde geen seconde. Van de nauwe, ruwe vallei belandde ik plots op een gigantische vlakte, als het ware een mega voetbalveld met roestkleurig gras omgeven door bergen als tribunes. Adembenemend!

Ik naderde het Karakul-meer, een zoutmeer dat tien miljoen jaar geleden gevormd werd door een meteorietinslag. De ondergrond veranderde. Door zout besprenkelde klei kleefde aan mijn banden en belemmerde fietsen. Na kilometers duwen werd de weg terug berijdbaar. Het bleef prachtig!


Ik stopte om een foto te nemen. Keek achterom en zag opwaaiend zand. Een wervelwind! En nog één! En nog één! Een donkere lucht ook.
Waw, wat hou ik van de kracht en pracht van de natuur!
Het was twee uur ‘s middags. Wat zou ik doen? Een korte dag maken en genieten van rust en uitzicht op het meer? Hier kamperen? Beslist!
Van zodra mijn tent uitgepakt was, had de wind me ingehaald. Het bleek een heuse zandstorm te zijn. In allerijl bukte ik me over mijn snel verfrommeld tentzeil en bleef zo een half uur onbewogen zitten. In een mum van tijd was ik gezandstraald en het vuil van de afgelopen vijf dagen werd vervangen door een laagje, hoe kan het ook anders, zand.

Het werd rustiger. Ik keek achterom. Mijn ogen zochten grote stenen maar vonden een gigantisch stoffige muur mijn richting uitkomen. ‘Bukken Trien!’. Terug zat ik in mijn bolletje over mijn tentzeil gebogen. Was ik een schietschijf ik was doorboord door zandkogels. Na een kwartier ging de wind wat liggen. De volledige vijf minuten had ik tijd om grote stenen te zoeken, mijn tent op te zetten, zo vlug mogelijk in mijn tent te springen en alle ritsen goed te sluiten.

Vijf uur zat ik in die storm. Ik had het goed. Het was gezellig, daar binnen in mijn tent. Het zand vond dat blijkbaar ook en maakte via de kleinste openingen al snel een mooi zandtapijt voor me.


Plots was het stil. Verdacht stil. Er was … niets. Geen wapperend tentzeil. Geen kogels op mijn dak. Geen extra zand op mijn tapijt. Stil. Muisstil. ‘Zou ik durven? Zou ik me durven buiten begeven?’.
Ik zag een open geklaarde hemel en een prachtig zacht licht. Ik hoorde … niets. Het deed bijna pijn aan mijn oren. Ik genoot.
Niet van een namiddag rust en uitzicht op het meer, maar van een avond en nacht in stilte.

After days on dirtroad, only being surrounded by nature, I was back in ‘civilization’. What’s in a word… no cars, no people for the first hours on the Pamir Highway. Time to have a break, time to spoil me with a Snickers. Time to look aside, to the road I came from #pamirs #tajikistan


De volgende morgen moest ik verder. Verder richting Pamir Highway. Verder richting Murghab, richting ‘bewoonde’ wereld.
Plots was er asfalt. Plots was ik er, op de ‘snelweg’. Een Snickers als beloning.
Want ja … Ik was getest, mijn tent was goedgekeurd!

Advertisements

23 thoughts on “Getest en goedgekeurd (NL)”

    • Dank je wel 🙂 En ongelofelijk maar waar, maar Snickers is echt overal verkrijgbaar. Alhoewel ik het probeer te vermijden om te kopen 😉

      Like

  1. pfff …Ben er niet goed van…veel te spannend…écht! :O Ik zou niet in je plaats willen zijn, maar als ik, als ik dan toch, in je plaats zou zijn, zo moedig , zo klein in de grote natuur, zo overweldigd door schoonheid en kracht, zou ik nooit meer willen terugkomen …! 😉

    Liked by 1 person

  2. Lieve says:

    …niet normaal, ik vond t spannend om te lezen en weer die foto’s ook: Trien echt; opnieuw vrouw vh jaar!
    Die snicker zal gesmaakt hebben. ❤️😘

    Liked by 1 person

  3. Sofie VC says:

    Amai Trien. Indrukwekkend! Door het overlijden van onze allerliefste Hans heb ik je track wat uit het oog verloren. Knappe foto’s, knap relaas. Onbetaalbaar. Wauw, impressive! x

    Liked by 1 person

  4. Edith en Roland Spee says:

    Geweldige reportage, Trien! En wat een prachtige foto’s! Wat ben jij toch een doorzetter en een onverschrokken “traveller”! Wij zijn vol bewondering! Veel geluk verder op je reis en vele groeten van Roland en van mij! Edith

    Liked by 1 person

Comments are closed.